Nu ja, daar zitten we eindelijk weer eens achter een computer. Om maar gelijk met het slechte nieuws te beginnen: Casper lijdt al sinds Dunhuang aan een steeds meer ontsporende buikloop, met ondertussen koorts, rochelende hoesten en snotneuzen. gisteren was hij zo slap en hield het zo hardnekkig aan ondanks bestrijding met norit en immodium dat we gisteren ineens in het internationale ziekenhuis te Beijing terecht kwamen en ik (ja ik schrijf altijd over mezelf in de derde persoon) volledig doorgelicht werd, tot een bloedaftapping met een ongehoord grote (hopelijk schone) naald aan toe. Toch hebben we, zeker in Dunhuang eerst nog een respectabel programma weten af te draaien, vinden wij zelf. Eerst een bezoek aan de grotten met oude schilderkunst over den Boeddha in diverse stijlen, en ook beeldhouwwerken, waaronder grote zittende en liggende Boeddha's. de dag erop deden we een poging om toch nog de zwarthalskraanvogel (Marike mag nu ophouden met lezen) te scoren die uit het plan verdween door die tibetaanse opstand (die mensen hebben hun prioriteiten niet duidelijk). 180 kilometer ten zuiden van Dunhuang ligt, net binnen de provincie Qinghai, in een uitloper van het Qaidam bekken het, waarschijnlijk, meest noordelijke stukje verspreidingsgebied van deze trouwe gevederde vrind. Eerst raadpleegden we de balie van het hotel over het huren van een auto met chauffeuer voor deze actie: na moeizame navraag, bij gebrek aan kennis van Engels (en gebrek aan Chinees bij ons natuurlijk) werd ineens met grote stelligheid gezegd dat alles voor toeristen daar gesloten was door de onrusten. In eerste instantie gaven we het toen op maar twee uur later zaten we iets te eten in een Chinees eethuisje met vriendelijke dame die wel Engels sprak en haar vriend: taxichauffeur Lu, belde die gelijk bereid was. Volgende ochtend om 6 uur spoedden wij ons met Lu in het pikdonker in zuidelijke richting waarna tijdens de schemering zich een schitterend terrein van zandbergen (die in de sahara "ergs" heten) liet zien. Dit ging iets later over in steenwoestijn waarna we de bergen (altun shan) (van turks: gouden: altun (shan: berg/Chinees) bereiken en de weg zich naar een pas worstelde om na de pas in een gigantisch desolate kale hoogvlakte van een woestijn uit te komen. Na enige tijd koersen in oostelijke richting bereikten we de overgang tussen twee meertjes, die nog half bevroren waren overigens (niet gelijk waar je aan denkt bij een woestijn) Om niet te veel uit te wijden: daar waren drie van de gewraakte kraanvogels aan het roepen en baltsen en liet zich ook nog een witbandzeearend zien en groepen casarcas, indische ganzen en grauwe ganzen.
Lu vond het prachtig en draaide mooie Chinese muziek, en babbelde er vrolijk op los. (wij verstonden niets maar praatten vrolijk terug of zongen wat en dat werkte heel goed).
Nu ja, die nacht daarna sloeg de God van de darmziekten toe en ook tijdens de treinreis terug werd ik geteisterd en was zo ver heen tegen de tijd dat we Lanzhou bereikten dat ik niet eens de moeite nam uit bed te stappen. Gelukkig dat M L net op tijd ingreep. De volgende dag vlucht naar Beijing.
En inmiddels zijn we al voor de 4e dag in de hoofdstad. Gaan de meeste reizigers de Muur bekijken, het Plein van de Hemelse Vrede, het Zomer of Winterpaleis, het Mausoleum (Maosoleum?) Verboden stad etc. etc., wij maakten een alternatieve toer langs de Mongoolse ambassade (3x) voor een visum, langs een ziekenhuis (200 yuen voor een bloedonderzoek, 70 yuen voor een poeponderzoek), langs de Bank of China, langs een groot postkantoor om een pakket balast terug naar Holland te sturen, en wij genoten van de zon op het terrasje van onze suite. Dit klinkt wellicht wat cynisch maar is het niet hoor want we hebben zoveel moois gezien de afgelopen 7 weken dat er best wat af kan. Hopelijk wordt Casper gauw beter maar het lijkt gelukkig al wat beter te gaan. Nu gauw slapen, sorry dat we even geen foto's laten zien maar dat komt weer wel. Groetjes.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten