maandag 21 april 2008

Wolong - Dunhuang











Geachte lezers,

Toen we met de bus in Chengdu aankwamen werden we opgehaald door een hulpje van onze reisleider,Tang Jun en naar een hotel in de buurt van een bekend park in Chengdu over gebracht waar we kennismaakten met Liang en Christine (veel Chinezen, maar niet alle, hanteren een Engelse naam). Ze zijn van de vogelkijkclub in Beijing en reizen met ons mee naar de bergen.
We maakten s middags nog een wandelingetje het park in waar mooie taferelen te zien waren. Overal Taichiers op leeftijd die in de lucht stonden te graaien en groepjes muzikanten die met instrumenten en koortjes Chinese muziek vertolkten. Een man kwam op me af en bood een massage aan en in een overmoedige bui zei ik ja, omdat ik nogal wat spierpijn had van de nogal heftige tocht met zware bagage op de Emei Shan. Hij nam plaats achter mij en ving aan met een orienterend zoekend gewrijf over mijn rug en bovenarmen. Al snel wist hij de pijnpunten te vinden en begon juist die heftig te bewerken zodat algauw het schreeuwen mij nader was dan het lachen, maar je wilt je niet laten kennen.. Ik werd bij mijn kin gepakt en mijn hoofd werd met een korte ruk eerst naar links, dannaar rechts getrokken, dan een kannonade van vuistslagen over mijn gehele rug, ik werd aan mijn hoofd opgetild, bij mijn ellebogen gevat die dan langs mijn hoofd naar mijn rug getrokken werden, pas toen hij een knie mijn rug zetten en mijn schouder beetnam om daar eens flink aan te gaan trekken greep ik in. Achteraf toch weleen ontspannen gevoel, geloof ik..
De volgende ochtend vertrokken we na het ontbijt met de 4WD van Tang Yun naar Wolong, dat licht in de autonome Tibetaanse prefectuur Aba waar in het noordwesten nog grote rellen zijn geweest met mogelijk 120 doden (zo luidde het gerucht in Hong Kong). Men meent nu echter dat Wolong, gelegen in het uiterste zuidoosten van dat gebied, veilig is, dus daar zijn we maar vanuit gegaan.
De bergen werden onderweg steeds stijler en het terrein ruiger. In Wolong aangekomen namen we intrek in het hotel en gingen op bezoek bij het kweek- en opvangcentrum van de Reuzenpanda, waarvan er in dit reservaat (Wolong: de slapende draak) meer voorkomen in het wild dan waar ook ter wereld. Dit keer mochtM-L op de foto met een dier: een reuzenpanda, die naar ik meen iets van Nanrain (spreek uit Nanlang,maardie Chinezen door rare dingen met L' s en R's ) heette en anderhalf jaar oud was en best aanhankelijk.
Na het bezoek naar het hotel en gegeten met onze Chinese reisgenoten. De volgende ochtend op half 5 op om met de 4wd naar het uiterste noordwesten van hetpark te rijden waar de Balang Shan pas ligt. Het was nog stikdonker en tegen de tijd dat we echt hoog kwamen, ruim boven de boomgrens, begon het licht te schemeren en kwamen enorme besneeuwde bergtoppen in beeld. Ook een aangename verrassing was dat boven de 3000 meter de yak in grote aantallen rondzwierf over de alpenweiden wat hele mooie beelden op leverde. De pas zelf ligt op 4400 meter hoogte en het was flink koud toen we er aankwamen. De omringende bergen bereiken hoogten tot 6600 meter. Nu toch maar iets over de vogels, die toch de aanleiding waren om naar dit verre oord te trekken. We moesten hier bij zonsopgang bij de pas aanwezig zijn om het Tibetaanse sneeuwhoen te zien en ook de Tibetaanse patrijs. Ook nog enkele bijzondere vogels van minder in drukwekkend kaliber zoals roodmussen en een hele mooie grosbeak maken hier de lucht onveilig. Een andere topper is de Grandala, waarvan de naam alleen al een prijs verdient, waart hier rond. Bij grandala denk je aan een goedkope hoerenkast die sjiek probeert te doen of een oude gokhal aan de riviera "welcome to the Grandala" of van die delicate, mierezoete bonbons die dames op leeftijd opzuigen bij de koffie. De werkelijkheid is nog veel mooier: het is een bijkans lichtgevend blauw/purperen vogel van lijstergrote die vliegt als een spreeuw of een bijeneter met enkele vlugge slagen afgewisseld met lange, kantelende glijvluchten, hij leeft in de zomer steeds boven de 3500 meter in een omgeving die bij uitstek, grauw of gedekt getint is, wat ook geldt voor haar bewoners. Maar niet de Grandala: die vliegt in groepen, die in de winter op kunnen lopen tot 100en exemplaren over het terrein op zoek naar zaken van zijn gading en valt behoorlijk op. Wij zagen er enkele 10tallen. Boven het terrein zeilden verder lammergieren, himalayagieren en steenarende rond op zoek naar prooi (dooie yaks?). Tegen een uur of 3 daalden we uitgeput, (door aanvangende hoogteziekte was het zwaar ademen, en we kregen hoofdpijn en werden licht in het hoofd) weer af en gingen terug naar het hotel. De volgende dag bezochten we de lagere stukken van de zelfde route en scoorden daar vogels als: de Chinese glansfazant of Monal (kijk toch ook eens in Artis tegenover de ingang van het Aquarium waar een familielid dat sterk gelijkt in een kooitje woont) Een verder ornitologisch hoogtepunt was een groep van 5 goudfazanten in een struik in de late namiddag. De volgende dag was het weer afdalen geblazen naar Chengdu in het "Rode Bekken" wat de geografische naam is van de depressie waarin deze stad gelegen is.
S avonds op verzoek van M-L bij de Kentucky Fried Chicken gegeten, wat na al die enorme Chinese maaltijden, die soms wat moeilijk verteerbaar waren (varkensmaag, lotusbloem e.v.a) toch wel even lekker was. De volgende dag doorTang Yun naar het vliegveld geredenen in 1,5 uur naar Lanzhou gevlogen waar het in een klap 20 graden kouder bleek. Door de chauffeur Ma'a opgehaald en een studente die voor het Engels zorgde. Enorme race tegen de klok om 10 minuten voor het vertrek in de trein een plekje te vinden in een vierpersoons slaapwagen. De avond aan een maaltijd met biertje inde restauratiewagen door gebracht terwijl buiten eerst de Huang He, ook wel de Gele Rivier voorbij schoof en vele besneeuwde bergen van de Qinlian Shan, de sneeuw lag steed lager totdat we door een geheel besneeuwd landschap schoven. Vroeg gaan slapen en s ochtend bij zonsopgang al weer in de resauratiewagen om het landschap van de zogenaamde Hexicorridor te bekijken, dit is de oude meest oostelijke tak van de zijderoute. Ondertussen zaten we in de woestijn die tot aan de horizon reikte en om 8 uur arriveerden we in Dunhuang waar we na een kort taxiritje bij ons hotel aankwamen. Op straat lopen net als overal inChina tot nu toe mannen en vrouwen met glazen potten met geel vocht erin rond. Eerst dachten we dat er een uroloog in de buurt moest wonen maar het blijkt dat velen hun thee voor de dag in zo'n doorzichtige pot meetorsen.

De foto's volgen nog, want de batterij van het toestel blijkt leeg en we kunnen niet uploaden.

Geen opmerkingen: