We zijn vanochtend om 8.00 uit de nachttrein in Tunhuang aangekomen, een oase in de woestijn in west China, maar ik ga nog eerst een week terug naar hetTeddybeerhotel in Emei waar Casper vertelde van de grote boedha en de rotskruiper. Toen het mijn beurt was voor het verslag over de afdaling van de heilige berg viel de stroom uit en dus pak ik de draad daar weer op, voor zover mogelijk want er is inmiddels alweer zoveel gebeurd...
We gingen die maandag vroeg met een busje de grote berg op, ontbeten hadden we
gelukkig niet want mijn blik werd steeds ongewild getrokken naar een mevrouw die 2 uur lang in een plastic zakje bleef braken. Voor ons zat een man met een klein radiootje waar steeds dezelfde boedhistische riedel door klonk. Boven gingen we met wel 100 man in een kabelbaantje omhoog naar de top waar de grote gouden tempel geheel in de mist opging, de sfeer was daardoor nog mysterieuzer. Wilde apen(de Tibetaanse makaak) probeerden onze bananen af te pakken. We dachten dat het erg druk zou worden op de grote aftocht (we zouden de berg grotendeels afdalen) maar toen we eenmaal begonnen te lopen, bleken we nagenoeg de enigen. Het hele pad bestaat uit trappen, dus we liepen urenlang een eindeloze trap af, duizenden treden. Om de zoveel tijd stond er een vrouwtje met eten en drinken, dus dat was geen probleem. Na 4 uur kregen we wat pijn in de knieen en besloten te overnachten in een klein kloostertje dat kamertjes had voor weinig geld. Het was een klein hok met 2 bedjes en het was er steenkoud, maar tot mijn grote vreugde ontdekte ik onder het bed een stekker en toen bleken er zowaar elektrische dekens op te liggen, een bijzondere luxe in al die boedhistische soberheid. Het toilet was ook een belevenis: een soort ouderwetse koeienstal zonder koeien, met open hokken met gaten (alle Chinese wc's zijn gaten in de vloer dus we zijn daar al aan gewend) en als je dan boven zo'n gat hangt om te doen al naar gelang de aard van de behoefte, zie je een meter of 3 onder je een gigantische berg stront en papier en vele bebloede verbanden. Toch was er maar een vrouwtje in dat eenzame kloostertje dus ik vroeg me af, enfin, laat maar zitten. We sliepen met al onze kleren aan onder twee enorme dekens en gingen weer vroeg op pad. Het was gelukkig mooier weer met prachtig uitzicht, mooie grote azalea's in boomvorm, apen, ook bijzonder waren ineens de paarden (of muildieren) die in grote getalen met vracht en begeleiding de trappen opkwamen. We lieten zo'n vrouwtje onderweg een lekkere omelet voor ons bakken en zij had ook gelukkig de bekende zakjes nescafe waar al suiker en melk in zit (die kopen we zelf ook steeds in de winkel want in de meeste hotels staat een waterkoker op de kamer zodat we zelf koffie kunnen zetten... China is meer een theeland). Deze tweede dag daalden we nog eens 4 uur af en bezochten nog een grote tempel. De resterende afstand deden we met de bus.
De volgende dag vertrokken we met een bus naar Chengdu.
e
arak
n
We gingen die maandag vroeg met een busje de grote berg op, ontbeten hadden we
gelukkig niet want mijn blik werd steeds ongewild getrokken naar een mevrouw die 2 uur lang in een plastic zakje bleef braken. Voor ons zat een man met een klein radiootje waar steeds dezelfde boedhistische riedel door klonk. Boven gingen we met wel 100 man in een kabelbaantje omhoog naar de top waar de grote gouden tempel geheel in de mist opging, de sfeer was daardoor nog mysterieuzer. Wilde apen(de Tibetaanse makaak) probeerden onze bananen af te pakken. We dachten dat het erg druk zou worden op de grote aftocht (we zouden de berg grotendeels afdalen) maar toen we eenmaal begonnen te lopen, bleken we nagenoeg de enigen. Het hele pad bestaat uit trappen, dus we liepen urenlang een eindeloze trap af, duizenden treden. Om de zoveel tijd stond er een vrouwtje met eten en drinken, dus dat was geen probleem. Na 4 uur kregen we wat pijn in de knieen en besloten te overnachten in een klein kloostertje dat kamertjes had voor weinig geld. Het was een klein hok met 2 bedjes en het was er steenkoud, maar tot mijn grote vreugde ontdekte ik onder het bed een stekker en toen bleken er zowaar elektrische dekens op te liggen, een bijzondere luxe in al die boedhistische soberheid. Het toilet was ook een belevenis: een soort ouderwetse koeienstal zonder koeien, met open hokken met gaten (alle Chinese wc's zijn gaten in de vloer dus we zijn daar al aan gewend) en als je dan boven zo'n gat hangt om te doen al naar gelang de aard van de behoefte, zie je een meter of 3 onder je een gigantische berg stront en papier en vele bebloede verbanden. Toch was er maar een vrouwtje in dat eenzame kloostertje dus ik vroeg me af, enfin, laat maar zitten. We sliepen met al onze kleren aan onder twee enorme dekens en gingen weer vroeg op pad. Het was gelukkig mooier weer met prachtig uitzicht, mooie grote azalea's in boomvorm, apen, ook bijzonder waren ineens de paarden (of muildieren) die in grote getalen met vracht en begeleiding de trappen opkwamen. We lieten zo'n vrouwtje onderweg een lekkere omelet voor ons bakken en zij had ook gelukkig de bekende zakjes nescafe waar al suiker en melk in zit (die kopen we zelf ook steeds in de winkel want in de meeste hotels staat een waterkoker op de kamer zodat we zelf koffie kunnen zetten... China is meer een theeland). Deze tweede dag daalden we nog eens 4 uur af en bezochten nog een grote tempel. De resterende afstand deden we met de bus.
De volgende dag vertrokken we met een bus naar Chengdu.
e
arak
n
Geen opmerkingen:
Een reactie posten