Van boven naar beneden:
Aankomst op het strand met Olga, Igor, twee Artjoms en Gene en Nigel, proefvaart op rivier, overnachting aan de riviermond te Taysk, groep ancient murrelets, beelden van de overtocht, met twee zodiacs naast elkaar opstomen, tweemaal stoppen om de lekke achterpoot van de zodiac van Gene op te pompen, ligging van het veldstation, eenzame stellers zeearend wiekt in schemering (23.30 u) naar het eiland terug, formatievluchten van kuifalken, kuifalken klaar voor polenaise, horned puffins babysitten over kuifalken, vliegbeelden van horned puffins, tufted puffins en kuifalken, "huisdrieteenmeeuw" zeebaars die al snel tot shushi verwerkt werd, lunch met van links naar rechts: Nigel, Ljena, Alexander en Joeri, opvliegende tufted en horned puffin en tot slot groepje parakeetauklets.
Om naar het vogeleiland Talan te komen moet je eerst (als je het op deze manier aanpakt tenminste) zo'n 100 kilometer naar het westen rijden naar het plaatsje Tausk (spreek uit: Taa-oesk). Daar was al een minibusje aangekomen en waren twee zodiacs uitgerold en men was druk in de weer om ze in orde te maken. Daarvoor was ik om 12.00 u opgehaald in de lobby van het hotel Tsentralnaya en meegereden naar het vliegveld om de vertraagde Nigel op te halen. Nigel is een Engelsman van 49 jaar oud. Hij woont in het lake district en heeft een klein fortuintje verdiend met huizen bouwen en verkopen en is nu "retired" (daar weten we bij de SVB alles van natuurlijk) maar organiseert wel reizen in het kader van zijn reisbureautje "islandtours". Hij is afgestudeerd bioloog die in de verkeerde branch terrecht was gekomen maar nu zit hij meestal heel de zomer met groepen op Svalbard/spitsbergen en valt 's winters vaak in op reizen naar antarctica van andere reisorganisaties. Een vriend van hem heeft ooit een film voor de BBC gemaakt op Talan en nu wilde hij het zelf wel eens zien. Aardige man. Wel bracht hij er gelijk de stemming in door bij de melding dat we 80 km over zee met twee zodiacs zouden gaan enorm bezorgd te raken (misschien hielp zijn acute slaapgebrek door twee nachten door te trekken ook niet echt) Maar zijn argumenten waren wel goed. Hij doet 's zomers niets anders dan met zodiacs ronddarren en onze Russische begeleiders hebben geen GPS, geen kompas, de zodiacs op het strand zagen er zeer gehavend uit, ik zat in de goede maar onderop zaten wel 20 plakkers van gerepareerde lekken, de linkerachterpoot van de zodiac waar Nigel mee over zou steken was gewoon lek en moest steeds opgepompt worden. Maar goed we werden aan onze gidsen voorgesteld, die van Nigel heette Gene en die van mij Artjom. Al gauw bleek dat er een te harde wind stond en te hoge golven om op deze dag, zondag, al naar Talan te komen. We voeren een eindje verder de rivier op en kregen bij het kampvuur een uitgebreid maal en de tent werd opgezet. We zouden de volgende ochtend om 5 uur opstaan om te kijken hoe de wind er bij stond. Nigel gaf in gesprekken aan dat hij sterk twijfelde of hij wel zou gaan omdat hij het "suicidal" vond met de beperkte middelen. De volgende ochtend was de wind weg, maar het mistte als een gek. Dat hielp ook al niet. Zonder GPS of kompas kon dat niet. Nu had ik wel een GPS bij me maar er was geen kaart om "waypoints" in te voeren. Ook had ik een kompas bij me maar dat werd toch als een te mager middel gezien om een potdichte mist in te varen. In de loop van die dag begon de stemming langzamerhand onder het nulpunt te geraken. Aan Nigels gezicht te zien kon hij ieder moment besluiten om het plan aan de wilgen te hangen. De begleiders hadden een sateliettelefoon maar die deed het niet. Zo rammelde de organisatie eigenlijk aan alle kanten, of zo leek het in ieder geval. Om 14.00 u hield Nigel het niet meer en belde Igor en Olga, die zeiden dat het wel goed zou komen maar in alles wat gezegd werd zaten tegenstrijdigheden. Op een gegeven moment was de mist vrij ver opgetrokken en ik vroeg waarom we nu niet weggingen. Toen meldde Gene dat je niet op maandag moet vertrekken (bijgeloof?) maar om twaalf uur 's nachts zouden we wel weggaan, mist of geen mist als het maar geen maandag was. Dat leek ons nu helemaal geen goed argument. Toen zeiden ze: we gaan nu wel gelijk weg. Maar die mist hing nog voor de kaap waar we omheen moesten. Uiteindelijk hebben we een compromis gewrocht dat we naar de kaap zouden varen (bijna halverwege naar het eiland) en daar de omstandigheden zouden beoordelen. Als het te slecht was zouden we de baai rechts achter de kaap in duiken en desnoods door dichte mist langs de kust varen tot een plek waar weer gekampeerd kon worden en de volgende dag een oversteek naar het eiland wagen, als het weer het toeliet. Toen zijn we vertrokken en de mist trok steeds verder op terwijl we met twee zodiacs naast elkaar met 35 km per uur op de kaap afspurtten. Bij de hoek zagen we Talan duidelijk liggen en hoewel na het eerste volledig vlakke stuk toch een aardige deining op gang kwam, werd er niet eens meer over gesproken na de kaap of er doorgegaan werd of niet, we zagen het liggen en gingen gewoon door.
Na drie uur varen, het laatste uur lelijk stuiterend, kwamen we op het eiland aan. Ter plekke is een klein veld onderzoeksstation van het "Instituut voor de Biologische Problemen van het Noorden" ingericht. Als opperhoofd fungeert hier doktor Alexander Vladimirowitsch Andrey, bioloog en docent aan de universiteit van Magadan. Oudst gediende is Lena, die al sinds de oprichting van het veldstation eind jaren tachtig actief is en tellingen verricht en nu samen met haar dochtertje Anna een hut deelt. Joeri is wetenschappelijk medewerker van Alexander en heeft duidelijk een Koreaanse of Japanse moeder want hij oogt niet geheel joeriachtig. Daarnaast zijn er twee alkenonderzoekers/biologen en natuurbeschermers uit Moskou: Sergey en Viktor aanwezig: net als de anderen zeer sympa. Dan is er nog de vrouw van Viktor die ook Helena heet en nog een Anna, een biologe, ook uit Moskou. Daarnaast dus Nigel en ik en de gidsen Gene en Artjom. Joeri was bedreven visser en verschalkte de tweede ochtend een hele emmer zeebaars en maakte die rauw klaar: als shushi, met zelfbereide soyasaus: zo vers en smakelijk zullen we het niet gauw meer eten. De vogels zijn verpletterend. Overheersend zijn de 350.000 paar kuifalken die de gehele dag en nacht een concert van een knorrend/keffend achtergrondgeluid ten gehore geven 's ochtend zitten ze overal op de rotsen achter het veldstation en 's middags verdwijnen ze naar zee om 's avond rond 10en in gigantische groepen terug te keren en als spreeuwen formatievluchten (van 10.000en exemplaren, en dan steeds weer een nieuwe ladingen van 10.000en exx.) te maken die enige tijd voortduren waarna ze een paar keer laag over de rotsen suizen en dan massaal neerdalen in de kolonie. Als je daar dus in gaat zitten om 11.00 u pm. dan krijg je na het schouwspel van de formatievluchten als toetje dat op alle stenen om je heen, tot op een meter afstand van je 100en van die kuifalkjes invallen en knorrend rond gaan darren. De papegaaiduikers zijn weer een verhaal apart. Van de kuifpapegaaiduiker broeden er 70.000 paar op het eiland en van de horned puffin iets van 40.000 paar. De atlantische papegaaiduiker is natuurlijk al schitterend, maar als je deze twee gezamenlijk aan de gang ziet, in de kolonies, overvliegend of in de grote groepen die de zee voor het eiland overdekken dan is dat best wel mooi eigenlijk. Op de heenweg zagen we al een groepje van de ancient murrelet, een vogel die overdag ver op zee blijft en pas om 1.30 's nacchts aan land komt, wanneer ie zich met de flits laat fotograferen. Verder bevolken 10.000en zeekoeten en dikbekzeekoeten de steile kliffen aan de zeekant van het eiland te zamen met 1000en drieteenmeeuwen. Brilzeekoeten nemen de rol van de zwarte zeekoet over in europa (beiden van het genus cepphus)en koersen solitair of met groepjes van 2 of drie rond voor de kliffen, in het eerste stuk zee vanaf de riviermond van Tausk is de long billed murrelet te zien die in het binnenland broedt en op zee fourageert. De tweede dag was onaards mooi: zonnig warm en windstil. Alexander nam ons in zijn zodiac mee voor een tocht rond het eiland (twee kilometer lang 1 kilometer breed): de zee was overal overdekt met dobberende groepen van 1000en zeekoeten, horned puffins, kuifpapegaaiduikers, kuifalken en er waren tot maximaal 6 Stellers zeearenden aan het jagen en ook lieten ze een soort baltsvlucht zien. Een sloeg voor ons neus een drieteenmeeuw. Er broeden twee paar op het eiland en een paar had al grote, grijze jongen. Regelmatig komen arenden (de zeearend wordt Orlan genoemd (naam voor arenden van het genus Haliaetus, die van de smaak Aquila heetten, meen ik, Arjol). We kwamen ook een rhinoceros auklet tegen. Een soort die eigenlijk zuidelijker in de Zee van Japan voorkomt maar de laatste jaren, door het opwarmende klimaat regelmatig hier opduikt. 10 tallen parakeet auklets zijn ook aanwezig. Het ontbijt, de lunch en het avondeten zijn meestal gezamenlijk (tenzij je op pad ben, of in een geleend, draagbaar schuiltentje papegaaiduikers zit te fotograferen). Misschien nog aardig te melden dat bij de rivier waar we op het vaste land kampeerden, visarenden op jacht waren, en ijseenden, vele roodkeelduikers, harlekijneenden en een enkele stellers zeearend actief waren. Ook leuk waren 4 kleine jagers en een fraaie middelste jager met keurige lepels aan de staartpennen. Pijn in het hart bij het verlaten van het eiland.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten