Zit ik nu ineens in het businesscenter van het hotel Malaya in Chinatown van Kuala Lumpur. Hoe kan dat?? Ik stapte gisteren morgen vol vertrouwen op het vliegtuig in UB en kwam vervolgens zonder grote problemen in Beijing aan. Maar toen ik mijn paspoort aan de douane mocht tonen betrok het gezicht van de beambte en die wees vervolgens naar mijn visum onder het kopje
"enter before" en daar stond 12 juli. Ik had dat denk ik wel gezien, maar omdat het een dubble entry (tweemaal het land binnengaan dus( betreft dacht ik: ik heb die visa door de "zeer gespecialiseerde visumwinkel aan de Dennenweg in Den Haag" laten verzorgen dus daar is niets mis mee en ik ben op 2 april de eerste maal China binnen gegaan en dus is er niets aan de handa. Hoe kon ik er meer naast zitten. Er werden steeds meer mensen bijgehaald en men was het er roerend over eens: ik had ook de tweede maal dat ik China binnenging voor 12 juli moeten zijn dus ik had geen geldig visum en aan de grens worden ze niet verstrekt en ik moest dus terug naar Ulaanbaatar. Ik zei daarop: dat kan niet want ik heb maar een single entry visa voor Mongolie dus die laten mij er ook niet meer in en kreeg langzaam het gevoel dat ik in een griezelfilm terrecht aan het komen was. Toen zeiden ze: dan moet je terug naar je woonland en moet je een nieuw ticket voor vandaag naar Amsterdam kopen. Ik zeg: dat geld heb ik niet, dus dat kan niet en ik heb een geldig ticket voor over drie dagen en dat ga ik dus niet kopen. Toen ging met weer bellen en overleggen en vond met dat ik toch echt China niet in kon. Toen bedach ik dat je voor Maleisie geen visum nodig hebt en dat ik van daar op maandag avond in ieder geval al een ticket naar Nederland heb. Ik zei dat nog maar niet maar na een uur was ik het ook beu en vertelde dat ik dan wel een ticket naar KL zou kopen en zo is het gegaan. Alleen was ik wel ongewenst vreemdeling op dat moment en werd de luchthavenpolitie erbij gehaald en werd ik, eerst door een strenge doch rechtvaardige dame meegenomen om allerlei papierwerk te regelen. We liepen een gesloten afdeling binnen en ze liep een kamer binnen en ineens stonden we tussen 5 ondervragers op het puntje van hun stoelgezeten en een grote, arabisch ogende man, die een gebaar met gespreide armen maakte van "ik weet ook niet hoe dat in mijn bagage terrecht is gekomen" en op de grond tussen hen in lag een stapel van ongeveer 20 cm hoog 40 cm breed en 60 cm lang van briefjes van 50 USD (iets dat je in je koffer toch op moet vallen lijkt me). Omdat het me facineerde heb ik een tijdje zitten rekenen als je uitgaat van 400 briefjes op elkaar en een breedte van 4 briefjes en in de lengte 6 briefjes, wat een redelijke schatting lijkt kom je op zo'n half miljoen dollar uit. Maar ja, ze keken ons boos en verstoord aan en ik werd weer weggevoerd en kwam in een ruimte met een groep van zo'n 20 oververmoeid ogende, asielzoeker/Pakistaanse ogende lieden en moest daar wachten tot mijn vliegtuit vertrok. Dat had ook nog de nodige vertraging zodat we uiteindelijk om 1.30 u 's nacht op KL landden (wel nog spectacular onweer in de nacht van boven kunnen bekijken uit het vliegtuig). Dan ligt KL nog 80 km van het vliegveld en om 3.00 u vannachgt lag ik dan eindelijk in mijn bedje in hotel Malaya in de China town in het centrum van KL. Vanochtend na ontbijtje naar de mooie vlindertjuin geweest en de orchideen tuin. Nu rustig aan wat aan het rondlummelen. Foto's volgen nog.
Groet,
Casper
zaterdag 19 juli 2008
woensdag 16 juli 2008
Djengiz Khan, John Wayne en de Sakervalk
Ik kan het toch niet nalaten om wat weer te geven van de inhoud van het boekje "Dateline Mongolia", geschreven door een Amerikaanse journalist Michael Kohn die enige jaren voor een Engelstalige krant te UB werkte. Een van zijn verhalen handelt over de verfilming in de jaren 50 van het leven van Djengiz Khan: The Conqueror (1956), starring: Djengiz Khan: John Wayne en Bortai (zijn lieftalige, beeldschone vrouw) Susan Hayward. Om een Mongools ogend landschap voor de film te realiseren, trok men naar het plaatsje St. George, Utah waar de filmploeg door hoge temperaturen en overstromingen geplaagd werden. Maar het noodlot sloeg nog veel harder toe: ten tijde van de opnamen werden in Nevada 11 atoombommen in de open lucht tot ontploffing gebracht (in die tijd nam men helemaal geen voorzorgsmaatregelen bij dat soort zaken) en de wind stond uit het westen: naar Utah toe. Na de film kreeg door de jaren heen de helft van de filmploeg kanker en zowel John Wayne als Susan Hayward als regiseur Dick Powell overleden eraan. De film werd uit de omloop gehaald.
Een ander verhaal gaat over de handel in sakervalken. Een Sikh valkenier (bij-)genaamd "Parrot" zou zich in 1997 bij de Mongoolse regering gemeld hebben met het voorstel om een flink aantal Sakervalken (toen redelijk algemeen in Mongolie) te vangen en vervolgens voor perioden van 6 maanden te verhuren aan Arabieren voor het bedrag van 20.000 USD per valk. Het voorstel werd afgewezen maar binnen een jaar kwam een groep Arabieren op bezoek bij regeringsfunctionarissen en vertrok met een vliegtuig vol sakervalken terug naar het Midden Oosten: men had een goudmijn ontdekt. Parrot werd bedankt maar buiten spel gezet. Hij probeerde er een publicitaire rel van te maken maar niemand in Mongolie was geinteresseerd in valken, men dacht dat hij slechts een aandeel van de buit wilde hebben (waarmee ze misschien ook wel een beetje gelijk hadden). Medewerkers van het ministerie voor natuurbehoud meldden desgevraagd dat er niet genoeg geld is om de valken te bewaken in zo'n groot land en stropers schieten en vangen alles dus kan het ministerie maar beter zelf die vogels vangen en verkopen en het geld gebruiken voor natuurbescherming, alleen kwam dat geld natuurlijk niet bij de natuurbescherming terrecht, de schijver wijst schamper op een enorme rij 40.000 USD + terreinwagens voor het kantoor van de democratische partij (die op het moment overigens zerlf hun mond vol hebben over corruptie van de communisten, o.a. tijdens de recente verkiezingen) terwijl deze mensen die daar werken maar 1200 USD per jaar verdienen. De valken mochten later niet meer door particulieren verkocht worden maar werden door de regering aan o.a. Kuweit geschonken, waarbij slechts een beperkt bedrag aan belasting betaald behoeft te worden. Weer iets later begon Koeweit, het leek zonder aanleiding, allerlei wegenbouw en de aanleg van een grote stuwdam in de Gobi woestijn te financieren. Toen de journalist bij het ministerie voor natuurbehoud langs ging voor en interview en doorvroeg werd hij de deur uitgezet. Verder meldt hij het vertrek van het vliegtuig van de toenmalige president van Turkmenistan, (God hebbe zijn ziel) najaar 1997, met 21 Sakervalken aan boord. Wie gesnapt wordt met een valk bij de douane krijgt een boete van 25 USD, en gaat niet de gevangenis in maar meestal gelijk terug naar de woestijn om een nieuwe te vangen (als je rekent dat die valken meer dan 20.000 USD per stuk opbrengen kan je rekenen dat niet-natuurlief hebbende armoedzaaiers en graaiers snel in de verleiding zullen komen). De schrijver kwam in najaar 2004 een groep arabische valkenjagers (niet jagen met valken maar jagen op valken) tegen in de Gobiwoestijn: ze hadden moeite om aan hun quotum te komen (blijkbaar wordt een bepaald aantal toegestaan of ze hadden het over het aantal dat ze in bestelling hadden: wordt niet geheel duidelijk). Dat lijkt een indicatie dat de aantallen achteruit aan het gaan zijn net als in China. Verder haalt Kohn nog een publicatie aan van de Wildlife Conservation Society (New York) uit het jaar 2005 aan, en die meldden dat de populaties van bedreigde diersoorten in Mongolie zoals Argali schapen, antilopen, edelherten, beren, aziatische wilde ezels en wolven in de laatste 15 jaar met 50 tot 90 procent achteruit zijn gegaan. Ze noemen ook een bedrag van 100 miljoen USD aan verdiensten aan illegale dierenhandel per jaar in Mongolie. Frappant in het verhaal was ook dat de buitenlandse, in Mongolie werkzame biologen, weigerden met de journalist over de valken te praten: wat laat vermoeden dat ze het al eens aangekaart hebben en onder druk gezet zijn hun mond verder te houden, omdat er veel te veel aan verdiend wordt.
Ik moet wel zeggen dat ik alleen in dit boekje van deze Michael Kohn op deze verontrustende verhalen gestuit ben tot nu toe, hoewel in wel geneigd ben hem te geloven. Wat de pure, onbevelkte, ongerepte Mongoolse natuur toch weer in een iets ander daglicht stelt.
Ik heb zelf wel 7 sakervalken gezien deze reis (in Mongolie) waaronder een groepje van 4 vechtend, dichtbij in de lucht, dus ze zijn er nog wel!
Groet,
Casper
Een ander verhaal gaat over de handel in sakervalken. Een Sikh valkenier (bij-)genaamd "Parrot" zou zich in 1997 bij de Mongoolse regering gemeld hebben met het voorstel om een flink aantal Sakervalken (toen redelijk algemeen in Mongolie) te vangen en vervolgens voor perioden van 6 maanden te verhuren aan Arabieren voor het bedrag van 20.000 USD per valk. Het voorstel werd afgewezen maar binnen een jaar kwam een groep Arabieren op bezoek bij regeringsfunctionarissen en vertrok met een vliegtuig vol sakervalken terug naar het Midden Oosten: men had een goudmijn ontdekt. Parrot werd bedankt maar buiten spel gezet. Hij probeerde er een publicitaire rel van te maken maar niemand in Mongolie was geinteresseerd in valken, men dacht dat hij slechts een aandeel van de buit wilde hebben (waarmee ze misschien ook wel een beetje gelijk hadden). Medewerkers van het ministerie voor natuurbehoud meldden desgevraagd dat er niet genoeg geld is om de valken te bewaken in zo'n groot land en stropers schieten en vangen alles dus kan het ministerie maar beter zelf die vogels vangen en verkopen en het geld gebruiken voor natuurbescherming, alleen kwam dat geld natuurlijk niet bij de natuurbescherming terrecht, de schijver wijst schamper op een enorme rij 40.000 USD + terreinwagens voor het kantoor van de democratische partij (die op het moment overigens zerlf hun mond vol hebben over corruptie van de communisten, o.a. tijdens de recente verkiezingen) terwijl deze mensen die daar werken maar 1200 USD per jaar verdienen. De valken mochten later niet meer door particulieren verkocht worden maar werden door de regering aan o.a. Kuweit geschonken, waarbij slechts een beperkt bedrag aan belasting betaald behoeft te worden. Weer iets later begon Koeweit, het leek zonder aanleiding, allerlei wegenbouw en de aanleg van een grote stuwdam in de Gobi woestijn te financieren. Toen de journalist bij het ministerie voor natuurbehoud langs ging voor en interview en doorvroeg werd hij de deur uitgezet. Verder meldt hij het vertrek van het vliegtuig van de toenmalige president van Turkmenistan, (God hebbe zijn ziel) najaar 1997, met 21 Sakervalken aan boord. Wie gesnapt wordt met een valk bij de douane krijgt een boete van 25 USD, en gaat niet de gevangenis in maar meestal gelijk terug naar de woestijn om een nieuwe te vangen (als je rekent dat die valken meer dan 20.000 USD per stuk opbrengen kan je rekenen dat niet-natuurlief hebbende armoedzaaiers en graaiers snel in de verleiding zullen komen). De schrijver kwam in najaar 2004 een groep arabische valkenjagers (niet jagen met valken maar jagen op valken) tegen in de Gobiwoestijn: ze hadden moeite om aan hun quotum te komen (blijkbaar wordt een bepaald aantal toegestaan of ze hadden het over het aantal dat ze in bestelling hadden: wordt niet geheel duidelijk). Dat lijkt een indicatie dat de aantallen achteruit aan het gaan zijn net als in China. Verder haalt Kohn nog een publicatie aan van de Wildlife Conservation Society (New York) uit het jaar 2005 aan, en die meldden dat de populaties van bedreigde diersoorten in Mongolie zoals Argali schapen, antilopen, edelherten, beren, aziatische wilde ezels en wolven in de laatste 15 jaar met 50 tot 90 procent achteruit zijn gegaan. Ze noemen ook een bedrag van 100 miljoen USD aan verdiensten aan illegale dierenhandel per jaar in Mongolie. Frappant in het verhaal was ook dat de buitenlandse, in Mongolie werkzame biologen, weigerden met de journalist over de valken te praten: wat laat vermoeden dat ze het al eens aangekaart hebben en onder druk gezet zijn hun mond verder te houden, omdat er veel te veel aan verdiend wordt.
Ik moet wel zeggen dat ik alleen in dit boekje van deze Michael Kohn op deze verontrustende verhalen gestuit ben tot nu toe, hoewel in wel geneigd ben hem te geloven. Wat de pure, onbevelkte, ongerepte Mongoolse natuur toch weer in een iets ander daglicht stelt.
Ik heb zelf wel 7 sakervalken gezien deze reis (in Mongolie) waaronder een groepje van 4 vechtend, dichtbij in de lucht, dus ze zijn er nog wel!
Groet,
Casper
Terelj en UB
Donders daar gaan we weer: van boven naar onder:
Hotel UB 2 in natuurreservaat Terelj, 80 ten NO van UB, rode lelies in steppe/bergweide, Khadahk om berk, midden in bos, zonder pad in de buurt, koe bij berk, optrekkende mist (=uitzicht uit hotelkamer), "Turtle rock", loslopende dino's, ovoo (heilige, shamanistische, berg stenen op bergpas, waar reizigers vaak drie maal omheen lopen en drie maal een steen op werpen, wapen op lamatempel dat ik volgens mij ook op de deur van het geboortehuis van de Dalai Lama in Qinghai/China, heb zien hangen, lama tempel in UB (Ganden, de enige boeddhistische tempel die open bleef tijdens de communistitsche periode), monnik blaast op geschelp om de dienst aan te kondigen, gele hoedensekte?, babbelende novicen, 20 meter hoge boeddha in klooster Ganden, zomerjurken en grote gebedsmolens, compositie met geitenpoten en melkpak.
Ondertussen dus weer terug in UB. Terelj was aangenaam en rustig. Lekker hotel in fraaie omgeving met kamer met erg mooi uitzicht, goed restaurant en een paar mooie wandelingen gemaakt, o.a. naar die schildpad rots 10 km verderop en ook een crosscountry actie tegen de berg op die tegenover het hotel lag: omhoog door de alpenweiden met o.a. veel bloeiende rode lelies, en afdaling dwars door groot larix/berkenbos (zonder pad, maar de bomen stonden vrij ver uiteen zodat dat niet zo ingewikkeld was als dat klinkt mischien), na terugkeer (met enthousiast Russisch babbelende chauffeur (alleen de generatie boven de 30, die de Russen intensief hebben meegemaakt spreek voor een deel Russisch, de jongeren meestal niet. Weer in hotel Dream gaan zitten en vanochtend Ganden klooster/tempel bezocht. Morgen Peking/Beijing.
Groet,
Casper
vrijdag 11 juli 2008
Nadaam
Van boven naar onder: stadion in afwachting van de opening van het Nadaam festival; het binnenrijden van de vlaggen (gemaakt van de staarten van beroemde renpaarden (wit); jonge "gristenen" die den Mongool op betere religieuze paden willen brengen, met spierwitte overhemdjes en zelfingenomen, voordurend glimlachende koppen die doen vermoeden dat ze God en zichzelf door de war halen; volksdansers; jonge worstelaar in voorbereiding van de strijd; levende lotussen; de Mongoolse deelnemers aan de olympische spelen in Beijing (in het totaal 26); mytische wezens (o.a. uit Boeddhistische en shamanistische hoek, in Walt Disney pakje); laatste hoedenmode; vette ruggen; vette buiken; the art of archery; familiekiekje met monnik.
Op de 11e werd ik om 10.00 u opgehaald door Adila en gingen met een auto naar het stadion waar de opening van de Nadaam plaats zou grijpen. Door ingang 8 traden we binnen en namen plaats op de tribune. Als eerste werd onder luid applaus de paardestaartvlag onder het afspelen van Ravel-achtige bolero klanken binnengevoerd en opgehangen (zeg maar de olympische vlam van de Nadaam) en volgde een toespraak van de president en werd het volkslied aangeheven. Dan dansjes door disneyshamanen; volksdansen; rondparaderen van lieden in oude klederdrachten (wel heel mooie kleding); de olympische vertegenwoordiging van Mongolie voor China werd onder luid gejuich gepresenteerd; worstelaars liepen rond en ook boogschutters. Toen zijn we voortijdig weggegaan omdat het wat saai werd en wat in de omgeving rondgelopen die een soort sfeer van zo'n openluchtpopconcert vertoonde van vroeger bij New Pop of zo (dat gaat tegenwoordig misschien ook nog wel door maar ik kom er niet meer), maar dan met alle leeftijden: een grote openluchtpicknick met overal kraampjes met souvenirs en eten, veel toeristen (duizenden) en dat was het dan ongeveer weer. Ik ging zelf al vrij vroeg naar het centrum terug om naar een boekenzaak te zoeken en wat rust aan mij kop want we moeten het allemaal niet overdrijven, en Adila zijn mond staat ook nooit stil, en ik vond ook dat hij mij wel een wat erg grote poot had uitgedraaid voor dit Nadaambezoek en wilde even van hem af. Nu is het weer een dag later en ik hang gewoon wat in de stad rond, werk de log bij en bereid me voor op morgen, wanneer ik afreis (met taxi) naar het reservaat Terelj, 80 km. (over asfalt) ten noordoosten van UB waar ik drie nachten ga slapen. Berggebied met bossen en wat steppe en een lekker hotel, met restaurant daar midden in waar je dus lekker relekst kan wandelen en tutten. Na terugkeer heb ik nog een dag in UB en vlieg dat naar Beijing (vlucht 19 van deze reis als ik me niet vergis (vertel dit niet door aan milieubewuste mensen), alwaar ik nog twee dagen zoek kan brengen (misschien toch die muur een bekijken). Nu maar weer wat rondwandelen.
groet,
Casper
Boon Tsagaan Nur IV
Van boven naar beneden: landschap bij Boon Tsagaan Nur met ger/yurt; de relict meeuw, uiterst schaarse meeuw waarom het meer in de vogelaarswereld bekend is; landschap tijdens avondwandeling; jonge onderzoeker Von Bearle aan de wodka in naburig kampje met 4 reizende Russen met Mongoolse begeleiding; storm over Boon Tsagaan Nur; verwaaide vogelmenigte in storm; bermarend liggend op geslagen siezel; bermarend zittend bij rots (beiden step); laatste kampje; bijtanken; slapende lifster: Dolgi, de chefkok van het laatste wegrestaurant waar we aten die voor de Nadaam naar Ulaanbaatar wilde: kon heel mooi zingen, want wat ik nog niet vermeld had is dat we de hele tocht vele liederen voor elkaar gezongen hebben om de tijd te doden en zo'n lifster moest dat natuurlijk dan ook; regen impressies, de weg veranderde gestadig in een 40 meter brede modderstroom waarin vele auto's vaststonden die we meestal niet en soms wel hielpen; schapenhuiden verkoop langs de weg. Het vlees was natuurlijk eerst verkocht in het kader van de barbeque en shashliks voor de Nadaam en dan blijft die huid natuurlijk over; politie heeft fraai, waterdichte, witte jassen; verkeerde plaatje upgeload; de activiteiten van een nomade bij het meer Ogii Nur door het jaar heen (klik het plaatje aan en leef mee met de nomade); kaartje waarop het bereisde terrein te zien is: vanaf UB westwaarst tot Ogii Nur (even rechts van Tsetserleg), dan naar het zuiden naar Harhorin en dan zuidwestwaarst naar Bayanhongor (door het Khanhai gebergte), dan door tot steppenmeer Boon Tsagaan Nur, links onder op de kaart, terug via "hoofdweg" naar het oosten vanaf Bayan hongor en dan noordoostwaarts tot UB; vegetatiekaart van Mongolie: donkergroen: bos/taiga, ligtgroen: steppe, oranje: woestijnsteppe, grijs: woestijn. Als je de route en de vegetatiekaart naast elkaar legt zal je zien dat elk type biotoop bezocht is. Dat geldt overigens voor de logica van bijna de gehele reis: zoveel mogelijk landschappen biotopen, zoveel mogelijk Turkse volken en cultuur, zoveel mogelijk aankomen op een plek wanneer de natuur op zijn mooist is en het klimaat gunstig, zoveel mogelijk het leven van de steppevolkeren in zicht krijgen, een goede indruk van China oost-Siberie en Mongoie krijgen en natuurlijk ordinair zoveel mogelijk vogels zien en hobieen met taal, de ontmoetingen met mensen komen natuurlijk vanzelf wel.
Abonneren op:
Reacties (Atom)