Van boven naar onder: Djengiz strijd nu met flats; afgebrand hoofdkwartier van de communistische partij na rellen bij verkiezingen; de dans van de jufferkraan; vrachtvervoer van vrachtvervoerders; voorronden van de Nadaam, met toeschouwers en toerist die wel eens naar de kapper mag; 18e eeuwse ruines; onweder bij oversteek verontrustend diep riviertje: gewacht tot er een jeep kwam die ons er eventueel uit kon trekken; de monniksgier is een algemene verschijning in sommige gebieden met groepen tot 25 exemplaren; mijn ger (vilten tent), avond bij Ogii nur (ongeveer uitzicht uit ger); Chinese en natuurlijk Turkse inscriptie aan de Orchon (van Bilge Khagan en Kultekin: oude heersers van het Goekturkenrijk (6e-7e eeuw);vast de verkeerde foto's geupload; brommer onderweg; ondersteunend team: Meedjge (chauffeur) en Adila (gids/kok/tolk (Engels); the birdman; beelden van Erdene Zuud (lokaal) beroemd klooster te Karakoram (oude centrum van Djengiz zijn rijk); Willumpie (Mongool met brommer); aan de prak aan de tafel naast ons; waterverkoper; wijk in Karakoram (Harhorin); zwarte ooievaar; stenen schildpad aan de Orchonrivier; jufferkranen met jongen; eetruimte bij gerkamp aan Orchon; ontmoeting met nieuwsgierige yak op avondwandeling; paard wordt teruggeleid naar kamp; groepje paarden kom drinken aan de rivier.
Ondertussen ben ik dus inUlaanbaatar teruggekeerd en zit weer in het hotel New Dream. De tocht met het Russische jeepje/busje was weer helemaal goed. De begeleiders Meedjge en Adila (de Hun zeg maar) waren goed gezelschap. De wegen zijn buitensporig slecht hier. Even buiten UB houdt de verharde weg op en begint het stuiteren en ploeteren door de modder en klimmen over veel te grote stenen. Na zes dagen weet je niet meer hoe je moet zitten. Het landschap is echt erg mooi, door het vaak wat onstuimige weer (afgewisseld met zonniger periode en weinig wind) waren en schitterende wolkenluchten (ik begin een beetje als MartinGauss te lullen) maakte het landschap nog fraaier. De bevolking leeft nog heel primitief (50 % van de Mongolen (2,6 miljoen in het totaal in een land dat 2 keer zo groot is als Turkije) maar heeft wel moderne foefjes overgenomen: mobiele telefoon is endemisch, zonnepanelen op de vilten gertent met een teveetje binnen is ook een veel voorkomend fenomeen. Ze kleden zich vaak nog erg traditioneel en in de periode vlak voor het nationale paardenren-, worstel en boogschietfestival op 11, 12 en 13 juli worden overal wedstrijden ter voorselectie gehouden om dus te kijken wie de eer treft om naar UB afgevaardigd te worden voor de grote landelijke wedstrijden. Zo kwamen we spontaan tweemaal onderweg een paardenrace voor kinderen (op 3 jarige paarden (dat werd er steeds bij vermeld en was blijkbaar een belangrijk criterium). Vogels doen het hier ook goed. De jufferkraanvogel is algemeen en gedurende de tocht zaten er vele honderden in de berm vaak met 1 of twee jongen, monniksgieren, Pere Davidssneeuwvinken, sakervalken en steppen arenden ook bij vlagen algemeen, de mongoolse leeuwerik met zijn knallende witte vleugelvlekken en zwarte keelvlekken is alomtegenwoordig, kortom dat was zeer onderhoudend. De eerste dag naar Ogii nur (een meertje in de provincie Arkhangai, ten westen van UB) gereden, de volgende dag door de steppe (soms niet eens over een weg maar gewoon door de steppe) naar de oud-Turkse monumenten van Bilge Khagan en Kultekin aan de " oude Orchon" gereden en 's avonds in een gerkamp aan de Orchon terecht gekomen: hele lange dagen rijden, vaak kon er maar 15 km/uur gereden worden door de kuilen, modder of stenen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten